DE LESSENAAR

Alles over en voor School.

Een school is pas goed als de directeur niets doet,
de leraren weinig en de leerlingen alles.

Jan Ligthart



Basisonderwijs

De basisschool

Het basisonderwijs is bedoeld voor kinderen van 4 tot 14 jaar. De meeste kinderen volgen dit onderwijs tot ze twaalf zijn. Hoewel het basisonderwijs gevolgd kan worden vanaf 4 jaar, is pas vanaf de vijfde verjaardag het kind leerplichtig. Een school waar basisonderwijs wordt aangeboden, heet een basisschool. Voor kinderen die uitvallen binnen het basisonderwijs is een overstap naar het speciaal onderwijs mogelijk. Beide onderwijsvormen vallen onder de wet op het primair onderwijs. Met de komst van inclusief onderwijs zal het speciaal onderwijs naar verwachting verdwijnen of veranderen in zogenaamde expertisecentra. Na het basisonderwijs volgt het voortgezet onderwijs.

Onderverdeling in bouwen

De groepen 1 en 2 komen overeen met wat voor 1986 kleuterschool heette en de groepen 3 t/m 8 met de vroegere lagere school. De groepen 3 t/m 8 werden in die tijd aangeduid met klassen 1 t/m 6. Verder kunnen de acht leerjaren worden onderverdeeld in:

onderbouw (groep 1 en groep 2)
middenbouw (groep 3, groep 4 en groep 5)
bovenbouw (groep 6, groep 7 en groep 8)

Leerproces van de leerlingen

Een basisschool is wettelijk verplicht om een ononderbroken leerproces te garanderen voor iedere leerling. Hiervoor is het van belang om het onderwijs af te stemmen op de ontwikkelingsbehoeften van de individuele leerlingen. Indien een leerling uitvalt, is er de mogelijkheid tot extra hulp in de klas. Er wordt een handelingsplan geschreven waarin staat wat de doelen van de extra hulp zijn en hoe deze bereikt denken te worden. De leerkracht kan hiervoor advies en begeleiding krijgen van de intern begeleider. Ook kan de leerling in enkele gevallen extra hulp krijgen buiten de eigen groep. Dit wordt doorgaans gedaan door de remedial teacher. Ook in het geval van hoogbegaafdheid of indien een leerling versneld door de leerstof kan gezien zijn IQ of vaardigheden, is bovenstaande hulp mogelijk.

Leerlingvolgsysteem

Het volgen van de ontwikkeling van de leerlingen gebeurt met een leerlingvolgsysteem. Hiervoor maken de meeste scholen gebruik van het door CITO ontwikkelde systeem. Het bekendste voorbeeld hiervan is de Citotoets in groep 8. Op grond van de uitslag daarvan kan een keuze worden gemaakt voor de meest geschikte vorm van voortgezet onderwijs. CITO heeft voor de verschillende vakken toetsen ontwikkeld die halfjaarlijks worden afgenomen vanaf groep 1. Aan de hand hiervan kan de leerkracht zien wat het ontwikkelingsniveau is van de leerling en zijn onderwijs hierop aanpassen. De uitslagen worden genoteerd in het leerlingvolgsysteem.

Er zijn echter meerdere toetsen die de leerkracht kan gebruiken. ook van andere uitgever en instituten. Dit gebeurt steeds meer nu toetsscores zijn om te rekenen in een zogenaamde DLE. Hierbij staat iedere groep voor 10 DLE's, te beginnen bij groep 3. Aan het eind van de basisschool heeft de leerling derhalve gemiddeld een DLE van 60.

Rapportage

De school is verplicht om de vorderingen van de leerlingen te rapporteren naar de ouders of verzorgers. Meestal gebeurt dit in een zogenaamd rapportgesprek of tien-minuten-gesprek. Dit is een bespreking tussen leerkracht en ouder(s). Na het laatste rapport worden kinderen bevorderd tot de volgende groep of blijven zitten en doen dezelfde groep nog eens over. Indien dit laatste het geval is, is de school verplicht om aan te sluiten op de verschillende ontwikkelingsniveaus van de leerling om zodeonde een ononderbroken leerproces te garanderen.

Leerlijnen en methodes

Op een basisschool wordt gebruikgemaakt van een verschillende lesmethode voor de diverse vakken. Een school bepaald zelf welke lesmethode het aanschaft. Een lesmethode bestaat uit een leerlijn waarin de doelen zijn uitgewerkt in concrete lessen, een handleiding, leerlingmaterialen zoals een werk- en een leerboek. Ook wordt er vaak gebruikgemaakt van bijbehornde computerprogramma's of internettoepassingen.
Ook wordt er vaak gebruikgemaakt van de schooltelevisie van Teleac, didactische programma's voor alle groepen als aanvulling op de lessen. Veel leerkrachten maken of bewerken ook zelf lessen.