DE LESSENAAR

Alles over en voor School.

Een school is pas goed als de directeur niets doet,
de leraren weinig en de leerlingen alles.

Jan Ligthart



Hoger onderwijs

Moderne universiteiten

Al in de Klassieke Oudheid waren er na het elementaire onderwijs in rekenen en schrijven hogere opleidingen die je kon volgen als je er voor wilde betalen. Dat was overigens alleen weggelegd voor kinderen of gunstelingen van aristocraten en rijke kooplieden. Meestal ging men in de leer bij een filosoof, redenaar of grammaticus die er voor hun levensonderhoud een privé-klasje op na hielden.

In de tijd van het Hellenisme ontstonden er instituten die met een moderne universiteit te vergelijken zijn. Bekend waren de filosofenscholen van Athene en het Mouseion van Alexandrië met de beroemde bibliotheek. In de tijd van het Romeinse Rijk waren er ook soortgelijke instituten in andere streken zoals in Noord-Afrika Carthago, in Italië Rome en Massilia in de Provence. Het Romeinse Rijk werd in de vierde eeuw gesplitst in een oost- en westdeel en na de val van het West-Romeinse Rijk was seculier hoger onderwijs in West-Europa grotendeels verdwenen en alleen voorbehouden aan de geestelijkheid. Ook in het overblijvende Oost-Romeinse Rijk verdween grotendeels de interesse in niet-godsdienstige studie.

Bij de expansie van de jonge islam was aanvankelijk grote belangstelling voor de vroegere Griekse wetenschap en filosofie. In Bagdad, Caïro (Al-Azhar) en Córdoba ontstonden belangrijke universiteiten. Vooral Córdoba trok ook veel Europese geleerden om er te studeren en te onderwijzen.

De eerste Europese middeleeuwse universiteiten werden opgericht naar voorbeeld van die van Córdoba, in 1088 in Italië en in Frankrijk voor de studie van rechten, medicijnen en theologie. Al snel werden er universiteiten opgericht in Engeland en Midden- en Oost-Europa. Later volgde ook Scandinavië.

In Europa gingen jonge mannen naar de universiteit als ze de studie van het Trivium hadden afgerond, de voorbereidende richtingen grammatica, retoriek en logica, en het Quadrivium, dat bestond uit rekenkunde, meetkunde, muziek en astronomie. Dit was trouwens al het lesprogramma in de Romeinse tijd.

In de Nieuwe Tijd na de Middeleeuwen werden er talloze universiteiten opgericht in vrijwel alle grote steden en breidde onder invloed van de wetenschappelijke revolutie het aantal studierichtingen zich gestaag uit. Dit proces is tegenwoordig nog steeds aan de gang.